Wanneer het lichaam spreekt
Een verkenning van zelfbeeld,
lichaamsbewustzijn en opstellingen

Wanneer het lichaam spreekt — en wat zichtbaar wil worden
Soms is er een zin
die zich blijft herhalen.
Ik ben te veel.
Te zwaar.
Bij dit deel van mijn lichaam
voel ik me ongemakkelijk.
Dit mag er niet zijn.
Dit stuk van mij wil ik liever niet zien.
Zo wil ik er niet uitzien.
Er zijn momenten waarop een gedachte blijft terugkomen.
Misschien herken je een zin of gedachte die zich herhaalt.
Maar wat mij is gaan interesseren:
wat gebeurt er als ik niet bij de gedachten blijf, maar bij wat er in mijn lichaam gebeurt?
In mijn lichaam laat zo’n gedachte zich voelen.
Er is een spanning,
een neiging om me in te houden
of juist groter te maken.
In plaats van daar overheen te gaan, ga ik ermee in contact.
Soms letterlijk.
Door mijn hand op die plek te leggen
en te voelen wat daar leeft.
En van daaruit ontstaat er iets anders.
Het blijft niet bij één gevoel.
Er laten zich delen zien.
Een deel dat zich inhoudt.
Een deel dat juist ruimte wil nemen.
Een deel dat zich terugtrekt.
Een innerlijk kinddeel.
Een beschermer.
Als ik daarbij blijf, kan er een innerlijke dialoog ontstaan.
Ik geef ruimte door te luisteren.
Hier ben jij, in mij.
Als deel van mij.
Ben jij al lang bij mij?
Weet je nog waarin jij bent ontstaan?
Wat probeer jij voor mij te doen?
Kinddelen laten zich vooral voelen.
Andere delen dragen vaak een beschermende intentie,
ook als die in het leven nu niet meer passend of dienend is.
In een opstelling krijgen deze delen een plek,
als iets wat herkenbaar wordt.
Een patroon, een beweging laat zich zien,
voor ons om gewaar te zijn.
Wat mij daarin steeds weer raakt,
is dat deze delen niet zomaar ontstaan zijn.
Ze dragen iets.
Een geschiedenis.
Een beweging die ooit nodig was.
En dan komt de vraag vanzelf:
Eerst in mijzelf.
Waar heb ik het aangenomen?
En van daaruit verder:
Wie liet mij dit zien?
Van wie is dit een overdracht?
Welk verhaal ben ik gaan meedragen?
Wie spreekt hier?
Wat gezien wil worden
nodigen we uit
als representatie in de opstelling.
In dat zien ontstaat ruimte,
omdat het niet meer alleen van nu is.
Wanneer ik het grotere veld begin te zien,
kan ik voelen dat het niet meer alleen van mij is.
Wanneer ik de delen in mij ontmoet
en een besef krijg van hun intentie,
ontstaat er compassie.
Voor hoe ze mij gedragen hebben
op momenten dat dat nodig was.
Dankbaarheid voor deze delen,
en daarmee ook voor mijn innerlijke kracht.
Een beweging richting zelfliefde.
Bewustzijn brengt heling.
Er komt ruimte
om vanuit mijn stille midden te voelen
en mijn innerlijke dialoog waar te nemen.
In mijn lichaam.
In hoe ik kijk.
Een breder perspectief in het veld en systeem.
Een breder bewustzijn.
Er ontstaat beweging,
omdat ik me anders ga verhouden
tot wat er in mij leeft.
Vrijheid wordt voelbaar.
In mijn werk beweeg ik steeds
tussen lichaam, delen
en het systemische veld.
Als een manier van kijken en aanwezig zijn,
intuïtief, in bewustzijn,
volgend wat het lichaam laat zien,
wat zich aandient in een beweging,
wat zich laat zien in het veld.
Ons leven vraagt geen oplossingen,
maar aandacht.
In aandacht kan iets verschuiven.
— Ishvari | Crealogie —









